Er-, hier-, daar- en waar-quiz

Beste lezer,

'Er', 'daar', 'hier' en 'waar' hebben de eigenschap dat ze vast worden geschreven aan het voorzetsel dat er vlak achter staat. Ze trekken voorzetsels aan alsof het magneetjes zijn. Bijvoorbeeld: 'erop wijzen', 'daarop vertrouwen', 'hiermee instemmen' en 'Waarop baseer je dat?'

Let op: soms hoort een voorzetsel bij het werkwoord, en mag het juist niet vast aan 'er', 'daar', 'hier' en 'waar'. Het is 'Ik stem ermee in' ('in' hoort bij 'stem'; het is 'ermee instemmen') en 'We gaan ervan uit' ('uit' hoort bij 'gaan'; het is 'ervan uitgaan'). 

Doe deze quiz om te kijken of je deze regels kunt toepassen!

Veel plezier en succes,

de medewerkers van Onze Taal