Werkwoordenquiz: tegenwoordige tijd

Beste lezer,

Bij de werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd gaat het maar om één vraag: komt er een t achter de stam van het werkwoord of niet? Die vraag kun je alleen beantwoorden door op zoek te gaan naar het onderwerp.

Hieronder zie je welke vorm bij welk onderwerp hoort. We hebben ook het onzinwerkwoord smurfen gebruikt. Dat werkwoord kun je invullen in de zin als je niet kunt horen of er een t achter de stam moet komen, zoals bij rijd/rijdt. Hoor je in ‘Wie smurft er naar huis?’ stam + t? Dan schrijf je ook ‘Wie rijdt er naar huis met stam + t.

Omdat werkwoorden als rijden de lastigste categorie zijn, ga je in deze quiz daarmee oefenen. 

Veel plezier en succes!

de medewerkers van Onze Taal

Systeem werkwoordspelling

Geen t achter de stam:

  • ik                       smurf / loop / rijd
  •                           smurf / loop / rijd       ik
  •                           smurf / loop / rijd       jij/je

Wel een t achter de stam:

  • jij/je                    smurft / loopt / rijdt
  • u                        smurft / loopt / rijdt 
  •                           smurft / loopt / rijdt     u
  • hij/zij/het/men    smurft / loopt / rijdt
  •                           smurft / loopt / rijdt     hij/zij/het/men
  • iedereen            smurft / loopt / rijdt
  •                           smurft / loopt / rijdt     iedereen
  • Sam/Noa/wie/... smurft / loopt / rijdt
  •                           smurft / loopt / rijdt     Sam/Noa/...
  • de motor            smurft / loopt / rijdt
  •                           smurft / loopt / rijdt     de motor